Je woont in Nederland en wordt gevraagd voor het bestuur van een vennootschap in Londen, Dubai of Milaan. Of andersom: je bent verhuisd naar het buitenland en zit nog altijd in het bestuur van je eigen Nederlandse bv, waar je om de paar weken even binnenvliegt. In beide gevallen komt er een vergoeding binnen, en in beide gevallen is de reflex hetzelfde: dat wordt belast als gewoon salaris, dus daar waar je het werk hebt gedaan, met de vertrouwde 183-dagenregel erbij. Die reflex zit er vaker naast dan goed.
Belastingverdragen zetten bestuurders in een eigen hokje, en de regels daar lopen precies andersom dan die voor werknemers. De gevolgen zijn praktisch en soms kostbaar: een vergoeding kan volledig belast zijn in een land waar je nooit een voet hebt gezet, een functie die jij als bestuursfunctie ziet blijkt er fiscaal geen te zijn, en sinds 2023 levert een bestuurszetel in een laagbelastend land een Nederlandse inwoner niets meer op. In deze blog lees je wie er fiscaal bestuurder is, wat er gebeurt als je twee petten draagt, hoe Nederland dubbele heffing voorkomt en waar de echte risico’s zitten. Geen volledig juridisch handboek dus, maar een praktisch overzicht waarmee je gericht met je adviseur in gesprek kunt, liefst voordat de eerste vergoeding is uitbetaald.
Inhoudsopgave
1. Waarom een bestuurder voor het verdrag geen werknemer is
2. Wie is bestuurder? De benoeming telt, niet het visitekaartje
3. Twee petten: het bestuurswerk en het gewone werk
4. De splitsing in de praktijk, en wie hem moet bewijzen
5. Je woont in Nederland, je zit in een buitenlands bestuur: sinds 2023 verrekenen, niet vrijstellen
6. Je woont in het buitenland en bestuurt een Nederlandse bv
7. De DGA met twee petten en het gebruikelijk loon
8. Het verborgen risico: de vennootschap verhuist met je mee
9. Sociale zekerheid loopt over een ander spoor
10. Zo houd je het beheersbaar
1. Waarom een bestuurder voor het verdrag geen werknemer is
Voor gewoon loon uit dienstbetrekking vertrekken verdragen vanuit het land waar het werk fysiek wordt gedaan. Het woonland houdt het heffingsrecht alleen als je daar minder dan 183 dagen werkt en de kosten niet bij een lokale werkgever neerslaan. Daarom houden grensoverschrijdende werknemers een reiskalender bij: elke dag telt.
Voor bestuurdersbeloningen kent het verdrag een aparte bepaling, en die draait de logica om. De beloning die iemand ontvangt in zijn hoedanigheid van bestuurder mag worden belast in het land waar de vennootschap is gevestigd. Waar de bestuursvergaderingen plaatsvinden doet er niet toe, en waar je ze hebt voorbereid ook niet. Een inwoner van Nederland in het bestuur van een Duitse GmbH is voor die vergoeding belast in Duitsland, ook als elke vergadering via een videoverbinding vanuit een werkkamer in Utrecht verloopt. Er is geen 183-dagenregel en er is geen eis dat je het land ooit binnenkomt.
De gedachte erachter is dat bestuurswerk zich nauwelijks laat plaatsen, zodat het verdrag het vastknoopt aan het enige dat wel vastligt: de vennootschap. Het gevolg is dat dezelfde werkdag op twee totaal verschillende plekken belast kan zijn, afhankelijk van de pet die je op had toen je hem maakte. Daarom zijn de vragen in de volgende drie paragrafen beslissend.
2. Wie is bestuurder? De benoeming telt, niet het visitekaartje
In de Nederlandse rechtspraak is het begrip formeel. Je bent bestuurder voor het verdrag als je volgens het vennootschapsrecht dat op die vennootschap van toepassing is tot statutair bestuurder bent benoemd, en alleen dan. De Hoge Raad legde dat in 1999 vast en bevestigde het in april 2023, in een zaak over een manager van vennootschappen in Brazilië en Argentinië die ze feitelijk leidde maar nooit formeel in het bestuur was benoemd. Zijn beloning viel niet onder het bestuurdersartikel, en de bijbehorende voorkoming kon hij vergeten.
De regel snijdt aan twee kanten. Een titel als “managing director” of “CEO” op je kaartje maakt je geen bestuurder als de aandeelhouders je nooit hebben benoemd, zodat de vergoeding gewoon loon blijft en de werkdagen tellen. Omgekeerd brengt een formele benoeming je onder het bestuurdersartikel, ook als de bestuurstaak in werkelijkheid bescheiden is en je het grootste deel van je tijd aan operationeel werk besteedt.
Het maakt ook uit wat “bestuurder” in het betreffende land betekent. Verdragen kijken naar het vennootschapsrecht van het land van de vennootschap om te bepalen wie in haar bestuur zit, en sommige verdragen verruimen het begrip bij protocol. Wat voor deze eerste vraag níet telt, is de inhoud van wat je doet. Die vraag wordt beantwoord door het benoemingsbesluit en het handelsregister, en door niets anders.
3. Twee petten: het bestuurswerk en het gewone werk
Ben je eenmaal formeel bestuurder, dan opent zich de tweede vraag: is alles wat je van de vennootschap ontvangt een bestuurdersbeloning? De verdragstekst zegt dat het artikel ziet op beloningen die je in je hoedanigheid van bestuurder ontvangt. Het officiële commentaar bij het modelverdrag trekt de grens uitdrukkelijk: beloningen voor andere functies, bijvoorbeeld als gewone werknemer, adviseur of consultant, vallen onder het arbeidsartikel. De bestuurdersstatus zuigt niet al het andere inkomen van die persoon naar zich toe. Van een aanzuigende werking is geen sprake.
Nederlandse rechters passen dat onderscheid ook toe. In juni 2023 oordeelde het Hof in ‘s-Hertogenbosch over een Nederlandse DGA die naar Italië was verhuisd en zowel zijn bestuurszetel als zijn operationele baan bij zijn Nederlandse bv had gehouden. Het hof splitste de beloning zelf. De bestuurstaak, die bestond uit het vaststellen van de jaarrekening en het bijwonen van de aandeelhoudersvergadering, waardeerde het op € 3.000 per jaar. De rest gold als gewoon loon, en dat loon was in Nederland alleen belast voor de ongeveer twintig dagen die hij hier daadwerkelijk had gewerkt, een twaalfde van het totaal.
Die uitspraak is leerzaam voor iedereen met een dubbelrol. Het bestuursdeel van een meewerkende bestuurder is vaak klein, want een vennootschap besturen kost veel minder tijd dan haar runnen. De rest volgt de gewone regels, en dus het land waar het werk fysiek wordt gedaan. Voor een bestuurder die in het buitenland woont en grotendeels van daaruit werkt, zit in dat verschil het grootste deel van de belastingrekening.
4. De splitsing in de praktijk, en wie hem moet bewijzen
Hier begint het praktische probleem. Betaalt een vennootschap één ongedeeld bedrag aan iemand die zowel bestuurder als werknemer is, dan legt vaste rechtspraak de bewijslast bij de bestuurder: hij moet aannemelijk maken welk deel in welke hoedanigheid is verdiend. Lukt dat niet overtuigend, dan wordt het hele bedrag als bestuurdersbeloning behandeld. Meerdere belastingplichtigen zijn precies daarop gestrand: één gemengde beloning, een contract dat leest als een bestuurderscontract, en geen zichtbaar bewijs van afzonderlijk werk.
Het papier beslist meer dan mensen denken. In maart 2023 oordeelde het Hof Den Haag op de tekst van de arbeidsovereenkomst zelf en merkte het de volledige beloning aan als bestuurdersbeloning, omdat het contract de rollen niet uit elkaar hield. Het eigen beleid van de Belastingdienst zegt al sinds 1990 dat het etiket niet beslist maar de feitelijke functies, en dat beginsel werkt twee kanten op: de inhoud kan een slordig contract redden, maar kan een keurig contract dat niet wordt nageleefd net zo goed onderuithalen.
Twee valkuilen verdienen een aparte vermelding. De eerste is de managementovereenkomst. Levert je persoonlijke holding diensten aan een werkmaatschappij en staat in die overeenkomst dat de holding “tot bestuurder wordt benoemd”, dan volgt volgens de Hoge Raad in 2004 de hele managementvergoeding het bestuurdersartikel. Een dienstverleningsovereenkomst voor operationeel werk moet diensten beschrijven en verder niets. De tweede is de eis dat de vergoeding daadwerkelijk ten laste van de betreffende vennootschap komt. Een algemene doorbelasting binnen het concern is niet genoeg om een betaling onder het bestuurdersartikel van een verdrag te brengen, dus waar het geld vandaan komt en hoe er wordt gefactureerd weegt even zwaar als wat er in het contract staat.
5. Je woont in Nederland, je zit in een buitenlands bestuur: sinds 2023 verrekenen, niet vrijstellen
Woon je in Nederland, dan wordt je wereldinkomen hier belast en moet Nederland dubbele heffing over de buitenlandse bestuurdersbeloning voorkomen. Voor gewoon buitenlands loon gebruikt Nederland doorgaans de vrijstellingsmethode met progressievoorbehoud: het buitenlandse inkomen gaat eruit, het buitenlandse tarief is feitelijk het eindtarief, en een laag tarief daar betekent een lage druk in totaal.
Voor bestuurdersbeloningen kiest het Nederlandse verdragsbeleid al tientallen jaren juist voor de verrekeningsmethode. De buitenlandse vergoeding blijft in de Nederlandse grondslag en de buitenlandse belasting gaat van de Nederlandse belasting af. Het resultaat is dat je altijd minimaal het Nederlandse tarief betaalt. De reden staat gewoon in de beleidsstukken: bestuurdersbeloningen dreigen nergens belast te worden, omdat het land van de vennootschap werk buiten zijn grenzen soms niet belast of bestuurders een gunstig regime biedt, en de verrekeningsmethode dicht dat gat.
Jarenlang verzachtte een goedkeuring dit. Een inwoner van Nederland kon toch de vrijstellingsmethode claimen voor een buitenlandse bestuurdersbeloning, mits die vergoeding in het andere land daadwerkelijk was belast en daar geen voordelig regime had genoten. De Hoge Raad paste die voorwaarde in september 2013 streng toe: een bestuurder die een deel van zijn beloning niet in de Verenigde Staten had aangegeven en er daar geen belasting over had betaald, kreeg de vrijstelling niet, en het hielp evenmin dat het voordeel naar Amerikaanse maatstaven op nihil zou zijn gewaardeerd. In juli 2022 is de goedkeuring helemaal ingetrokken, met ingang van 1 januari 2023. Sindsdien geldt de verrekeningsmethode zodra het verdrag die voorschrijft, en dat doen de meeste verdragen. In de praktijk betekent dit dat een bestuurszetel in een land met een laag of nultarief op bestuurdersbeloningen een Nederlandse inwoner geen besparing meer oplevert: het verschil wordt gewoon in Nederland bijbetaald.
6. Je woont in het buitenland en bestuurt een Nederlandse bv
Draai de situatie om en dezelfde regel werkt in het voordeel van de Nederlandse schatkist. Wie in het buitenland woont en statutair bestuurder is van een Nederlandse vennootschap, is in Nederland belast voor de bestuurdersbeloning, waar het werk ook wordt gedaan. Het Nederlandse recht kent een eigen bepaling die het bestuurderschap van een hier gevestigde vennootschap aanmerkt als in Nederland verrichte arbeid, zodat de vennootschap de vergoeding door de Nederlandse loonadministratie moet laten lopen en loonbelasting moet inhouden, ook als de bestuurder hier nooit komt.
Wat Nederland niet kan, is de andere pet belasten. De beloning voor operationeel werk dat dezelfde persoon in het buitenland verricht, valt onder het arbeidsartikel en blijft bij het land waar dat werk wordt gedaan, zoals de Bossche zaak uit paragraaf 3 laat zien. Voor een geëmigreerde bestuurder die de onderneming vanuit het buitenland blijft runnen, bepaalt de samenstelling van de beloning dus het grootste deel van de uitkomst, en is een realistische splitsing die vooraf is vastgelegd veel waard.
Niet alle verdragen volgen de modeltekst. Het verdrag met het Verenigd Koninkrijk staat het land van de vennootschap bijvoorbeeld alleen toe een bestuurdersbeloning te belasten voor zover die samenhangt met werk dat daar daadwerkelijk is verricht, waarmee de dagentelling via de achterdeur weer binnenkomt. Oudere verdragen, zoals het verdrag dat nog steeds voor Bosnië en Herzegovina geldt, bepalen bij protocol wie als bestuurder wordt aangemerkt. Lees dus eerst het verdrag dat echt van toepassing is voordat je van de standaardregel uitgaat.
7. De DGA met twee petten en het gebruikelijk loon
Een DGA die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap waarvoor hij werkt, valt onder de gebruikelijkloonregeling, die in 2026 een norm van € 58.000 kent tenzij een lager loon aannemelijk wordt gemaakt. Een buitenlandse bestuurszetel zorgt hier voor een hardnekkig misverstand. De toets loopt per vennootschap. Een bestuurdersbeloning uit een buitenlandse vennootschap vult de norm bij de Nederlandse holding niet, en een Nederlands salaris dekt de buitenlandse vennootschap evenmin. Elke vennootschap waarin je een aanmerkelijk belang hebt en waarvoor je werkt, wordt op zichzelf beoordeeld.
Dat is van belang omdat een correctie onder de gebruikelijkloonregeling fictief loon is. Het wordt in Nederland volledig belast, en omdat geen enkel buitenland dat fictieve bedrag daadwerkelijk heeft belast, valt er niets te verrekenen. Het Nederlandse holdingsalaris verlagen omdat er een buitenlandse bestuurdersvergoeding bij is gekomen, is dus geen neutrale herschikking: het is een standpunt dat je moet onderbouwen met bewijs over de meest vergelijkbare dienstbetrekking, en als die onderbouwing faalt, landt de rekening volledig in Nederland.
De veilige route is elke vennootschap op of boven haar eigen norm houden en de buitenlandse vergoeding te laten zijn wat ze is: een extra beloning voor een extra rol. Zodra de twee tegen elkaar worden weggestreept, moet het dossier een flink stuk dikker zijn.
8. Het verborgen risico: de vennootschap verhuist met je mee
Het grootste risico in deze situaties zit vaak helemaal niet in de vergoeding. Een vennootschap is fiscaal gevestigd waar haar werkelijke leiding wordt uitgeoefend, en die leiding wordt uitgeoefend door de mensen die de kernbeslissingen nemen. Heeft een Nederlandse bv één bestuurder die naar Dubai is verhuisd en alles van daaruit regelt, dan is de vraag niet langer waar zijn bestuurdersbeloning wordt belast, maar of de bv zelf stilzwijgend inwoner van de Verenigde Arabische Emiraten is geworden. Omgekeerd geldt hetzelfde voor een buitenlandse vennootschap die door een inwoner van Nederland vanuit zijn werkkamer wordt geleid.
Moderne verdragen lossen een dubbele vestigingsplaats van vennootschappen steeds vaker op via onderling overleg tussen de twee belastingdiensten in plaats van met een vaste rangorde. Zolang die het niet eens zijn, heeft de vennootschap helemaal geen recht op verdragsvoordelen. Een discussie over een bestuurdersbeloning van € 30.000 kan zo uitgroeien tot een discussie over de vestigingsplaats van de hele vennootschap, haar winst en haar dividenden.
De remedie is niet ingewikkeld, maar ze moet wel echt zijn. Bestuursbesluiten worden genomen, en genotuleerd, in het land waar de vennootschap gevestigd hoort te zijn. Een tweede bestuurder die daar woont helpt. Periodiek fysiek aanwezig zijn voor bestuursvergaderingen is het vliegticket waard. En het contract van de bestuurder moet de splitsing tussen het besturen van de vennootschap en het dagelijkse werk weerspiegelen, en dat is precies hetzelfde document dat paragraaf 4 al van je vraagt.
9. Sociale zekerheid loopt over een ander spoor
Niets van het bovenstaande zegt iets over de premies, want de sociale zekerheid kent volledig eigen regels. Binnen de Europese Unie, en onder het protocol dat nu voor het Verenigd Koninkrijk geldt, is iemand in één land tegelijk verzekerd, en voor wie in twee landen werkt is dat in de regel het woonland als daar een substantieel deel van het werk wordt gedaan, en anders het land van de werkgever. Buiten die kaders beslissen bilaterale verdragen of gewoon het nationale recht.
Het gevolg kan zijn dat de belasting over een bestuurdersbeloning in het ene land verschuldigd is en de premies in het andere, en dat wie geen Nederlandse premies betaalt ook geen Nederlandse heffingskortingen krijgt. Valt het antwoord op Nederland, dan kan de buitenlandse vennootschap ineens Nederlandse loonadministratieverplichtingen voor de premies hebben zonder hier ook maar een bureau te hebben. Een A1-verklaring vóór de eerste betaling voorkomt de meeste verrassingen, en die is vooraf een stuk makkelijker te regelen dan achteraf te repareren.
10. Zo houd je het beheersbaar
De bestuurders die in de problemen komen, vertonen steeds hetzelfde patroon: één contract, één ongedeelde vergoeding, geen vastlegging van waar de besluiten vielen, en een woonplaats die veranderde zonder dat iemand de afspraken opnieuw bekeek. Wie er geen last van heeft, heeft meestal een handvol eenvoudige dingen geregeld.
Er ligt een formeel benoemingsbesluit, zodat de eerste vraag nooit ter discussie staat. Er zijn aparte overeenkomsten voor aparte rollen, en de dienstverleningsovereenkomst voor het operationele werk beschrijft diensten zonder één woord over bestuur of benoeming. De bestuurdersvergoeding staat in verhouding tot wat het bestuur werkelijk doet, en wordt betaald en gefactureerd door de juiste vennootschap. Er wordt een werkdagenlogboek bijgehouden, want onder verschillende verdragen tellen de dagen nog altijd voor het arbeidsdeel en onder sommige zelfs voor de bestuurdersbeloning. Bestuursvergaderingen worden in het juiste land genotuleerd. Elke vennootschap waarin een aanmerkelijk belang wordt gehouden, doorstaat haar eigen gebruikelijkloontoets. En waar de bedragen ertoe doen, wordt de Belastingdienst vooraf om zekerheid over de splitsing gevraagd, in plaats van die achteraf te verdedigen.
Een bestuurszetel over de grens is een normaal onderdeel van een internationale loopbaan, en de regels zijn goed te hanteren zodra je weet dat bestuurders en werknemers in verschillende hoofdstukken van het verdrag wonen. Sta je op het punt een zetel in het buitenland te aanvaarden, of ben je verhuisd en bestuur je hier nog een vennootschap, dan denken wij graag met je mee, het liefst voordat de eerste vergoeding wordt betaald en niet nadat de eerste aanslag op de mat ligt.