Voor veel ondernemers is het op een gegeven moment een logische stap. De oprichter woont inmiddels in het buitenland, het managementteam zit verspreid over Europa, of de investeerders willen de holding dichter bij de markt hebben. De vraag die dan bijna vanzelf komt, is of de bv gewoon mee kan. Dat kan, en er verhuist minder dan je denkt: de bv houdt haar Nederlandse rechtsvorm en blijft keurig in het handelsregister staan. Wat er verandert, is de plek waar de beslissingen vallen.
Juist daar zit de adder onder het gras. Zodra de werkelijke leiding Nederland verlaat, rekent de fiscus af, en die rekening valt vrijwel altijd hoger uit dan de balans doet vermoeden. Daar komt bij dat het niet bij de vennootschap blijft: iedere aandeelhouder met een aanmerkelijk belang krijgt zijn eigen aanslag op de mat. In deze blog lees je wat een zetelverplaatsing fiscaal betekent, wanneer die precies plaatsvindt, waarover je afrekent en wat Nederland daarna nog van je wil. Geen volledig juridisch handboek dus, maar een praktisch overzicht waarmee je gericht met je adviseur in gesprek kunt, ruim voordat het bestuur zijn eerste vergadering in het buitenland houdt.
Inhoudsopgave
1. Wat verplaats je eigenlijk: de statutaire of de fiscale zetel?
2. Waarom het motief achter de verhuizing zwaarder weegt dan je denkt
3. Je bv blijft Nederlands belastingplichtig: de oprichtingsfictie
4. Het beslissende moment: wanneer verhuist de leiding echt?
5. De exitheffing: de rekening staat niet op de balans
6. De waardering: waar de discussie meestal over gaat
7. Betalen: buiten de EU geen termijnen, en een persoonlijk risico
8. Na de verhuizing: wat Nederland nog van je wil
9. De vergeten kant: je eigen conserverende aanslag
10. Zo pak je een zetelverplaatsing aan: een praktische volgorde
1. Wat verplaats je eigenlijk: de statutaire of de fiscale zetel?
Een vennootschap heeft twee zetels, en in de praktijk worden die voortdurend door elkaar gehaald. De statutaire zetel is vennootschapsrechtelijk: die volgt uit de oprichtingsakte en bepaalt naar welk recht je bv bestaat. De fiscale zetel is een feitelijke kwestie: dat is de plaats van de werkelijke leiding, oftewel de plek waar de onderneming daadwerkelijk wordt aangestuurd.
Die twee kun je uit elkaar trekken, en meestal gebeurt dat ook. Een Nederlandse bv kan haar werkelijke leiding naar het buitenland verplaatsen en vennootschapsrechtelijk gewoon Nederlands blijven. Naam, rechtsvorm en inschrijving veranderen niet. Van buitenaf gebeurt er dus nauwelijks iets.
Fiscaal gebeurt er des te meer. Het is de werkelijke leiding, en niet de rechtsvorm, die bepaalt welk land de winst mag belasten. Een stille verhuizing, zonder nieuwe entiteit en zonder omzetting maar met een bestuur dat voortaan in het buitenland vergadert, is daarmee een volledig belast moment. Verwar dit niet met een grensoverschrijdende omzetting, waarbij de vennootschap zelf van nationaliteit en rechtsvorm verandert. Dat is een apart vennootschapsrechtelijk traject met eigen gevolgen. In de praktijk zien wij vooral het eerste type: de bv blijft Nederlands, het bestuur vertrekt.
2. Waarom het motief achter de verhuizing zwaarder weegt dan je denkt
De zakelijke aanleiding is meestal helder genoeg. Sleutelfiguren verhuizen en willen de onderneming in de buurt, de afzetmarkt of de investeerdersgroep verschuift, een groep wordt na een reorganisatie vereenvoudigd, of de volgende generatie woont nu eenmaal ergens anders.
Toch is dat motief geen bijzaak. Belastingverdragen bevatten tegenwoordig vrijwel standaard een antimisbruikbepaling, de zogenoemde principal purpose test. Is het binnenhalen van een verdragsvoordeel een van de hoofddoelen van de constructie, dan kan dat voordeel worden geweigerd. Een verplaatsing met een echte commerciële onderbouwing is goed verdedigbaar. Een verplaatsing waarbij alleen een lager tarief in het oog springt, staat er beduidend zwakker voor. Dat weegt hier extra zwaar, omdat je je juist ná de verhuizing op datzelfde verdrag wilt kunnen beroepen.
Je dossier praat bovendien mee, en niet altijd in je voordeel. Bestuursstukken, interne notities en adviescorrespondentie uit de periode van de besluitvorming vormen het bewijs als er ooit naar wordt gekeken. Wij komen regelmatig dossiers tegen waarin de commerciële redenen volstrekt echt zijn, maar waarin de stukken van destijds vooral over belastingbesparing gaan, simpelweg omdat dat is wat de finance-afdeling gevraagd was door te rekenen. Zijn er goede zakelijke redenen, zet ze dan vanaf dag één vooraan.
3. Je bv blijft Nederlands belastingplichtig: de oprichtingsfictie
Hier kijken de meeste ondernemers van op: het verplaatsen van de leiding maakt géén einde aan de Nederlandse belastingplicht.
Een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap wordt namelijk geacht in Nederland te zijn gevestigd. Die oprichtingsfictie blijft onverkort gelden zodra het bestuur naar het buitenland vertrekt. Je bv blijft dus binnenlands belastingplichtig zolang zij haar Nederlandse rechtsvorm houdt. Wat wél verschuift, is de verdragspositie. Zodra de onderneming echt vanuit het nieuwe land wordt bestuurd, merkt dat land haar naar eigen recht ook als inwoner aan. De vennootschap is dan in twee landen inwoner, en het belastingverdrag hakt die knoop door. De meeste verdragen wijzen de woonplaats toe aan het land van de werkelijke leiding, en juist die toewijzing beëindigt het Nederlandse recht om de wereldwinst te belasten.
Daar volgen twee dingen uit. Het verdrag bepaalt het beslissende moment, niet de verhuizing zelf. En, minstens zo belangrijk om vroeg uit te zoeken: niet elk verdrag kent nog een automatische tiebreakbepaling. Door de verdragswijzigingen van de afgelopen jaren schrijven sommige verdragen voor dat een dubbele vestigingsplaats in onderling overleg tussen beide belastingdiensten moet worden opgelost. Geldt dat voor jouw bestemming, dan hangt het moment van de verplaatsing af van een onderhandeling tussen twee staten en niet van een feit dat je zelf in de hand hebt.
4. Het beslissende moment: wanneer verhuist de leiding echt?
De verplaatsingsdatum is een feitelijke kwestie, geen papieren aangelegenheid. De werkelijke leiding verschuift op het moment dat de uitvoeringshandelingen daadwerkelijk plaatsvinden, en niet op het moment dat het bestuur besluit te vertrekken.
Waar wordt naar gekeken? Waar de bestuurders wonen en vergaderen, waar de strategische kernbeslissingen vallen en de eindverantwoordelijkheid ligt, waar de administratie wordt gevoerd en de jaarrekening tot stand komt, en waar de overige operationele en administratieve activiteiten plaatsvinden. De dagelijkse gang van zaken telt mee, maar geeft niet de doorslag. Het zwaartepunt ligt bij beleid en strategie.
Hier zit een risico dat je makkelijk over het hoofd ziet en dat duur uitpakt als je er laat achter komt. Bij veel Nederlandse houdstervennootschappen is de leiding in de loop der jaren ongemerkt uit Nederland verdwenen: geen kantoor, geen personeel, en een bestuurder wiens rol vooral formeel is geworden. Zijn de kernbeslissingen feitelijk al langer in het buitenland genomen, dan kan een belastingdienst aan welke kant dan ook het standpunt innemen dat de verdragswoonplaats al eerder is verschoven. Dat is geen formaliteit: het kan de exitheffing in een ander boekjaar leggen, met een andere verliespositie en een andere waardering.
Breng daarom vóór de uitvoering in kaart waar de kernbeslissingen de afgelopen jaren echt zijn genomen, leg dat vast, en laat de formele stappen aansluiten bij de feiten in plaats van andersom. Bouw het bewijs vanaf de beoogde datum bewust op: bestuursvergaderingen die werkelijk in het nieuwe land plaatsvinden, notulen waaruit blijkt dat daar ook echt wordt besloten, reisgegevens, een verplaatste administratie en een woonplaatsverklaring zodra die te krijgen is.
5. De exitheffing: de rekening staat niet op de balans
Verliest Nederland het recht om de winst te belasten, dan wordt er eerst afgerekend. Alle vermogensbestanddelen waarvan de toekomstige voordelen buiten de Nederlandse heffing vallen, worden geacht te zijn vervreemd tegen de waarde in het economische verkeer, vlak vóór het einde van de Nederlandse vestiging. Over het verschil met de fiscale boekwaarde betaal je vennootschapsbelasting tegen de gewone tarieven.
De kern zit in de vraag waar die waarde in verstopt zit. Bij de meeste succesvolle ondernemingen staat het grootste deel van de exitheffing helemaal niet op de balans. Het gaat om zelfgekweekte goodwill en intellectuele eigendom: het merk, het platform, de techniek, het klantenbestand, de data. Zelfgekweekte goodwill mag je nu eenmaal niet activeren, dus die komt nergens in de cijfers terug, hoe waardevol ze inmiddels ook is. Vandaar het patroon dat wij regelmatig zien: een onderneming met een bescheiden eigen vermogen en een gezonde winstgevendheid krijgt een exitheffing die in de miljoenen loopt. De heffing volgt de ondernemingswaarde, niet de balans.
Verder zijn er drie dingen om te weten. Liquide middelen zijn neutraal, want die tellen voor dezelfde waarde mee in de waardering én in de boekwaarde en bevatten dus geen stille reserve. Compensabele verliezen kunnen een deel van de winst opvangen, binnen de grenzen van de verliesverrekening, waardoor de timing uitmaakt als die verliezen op het punt staan te worden verbruikt door de gewone bedrijfswinst. En een dividend vlak vóór de verplaatsing verlaagt de exitheffing niet. Dat laatste is een hardnekkig misverstand: met een uitkering haal je evenveel van de waarde als van het eigen vermogen af, zodat het belaste verschil precies blijft staan waar het stond.
6. De waardering: waar de discussie meestal over gaat
Bij een actieve onderneming verwacht de Belastingdienst doorgaans een waardering volgens de discounted-cashflowmethode of een variant daarbinnen. Een waardering die voor een ander doel is opgesteld, bijvoorbeeld voor een investeringsronde, is een bruikbaar startpunt maar op zichzelf zelden voldoende.
Er gelden drie praktische regels. De waarde moet worden bepaald per de werkelijke verplaatsingsdatum, dus een waardering met een eerdere peildatum trek je door naar die datum. De aangifte moet naadloos aansluiten op het waarderingsrapport, want een verschil tussen die twee is het eerste waar een inspecteur op valt. En gaat het om substantiële bedragen, dan versterkt een tweede onafhankelijke waardering je positie aanzienlijk: twee rapporten die hetzelfde zeggen zijn nu eenmaal lastiger opzij te schuiven dan één.
Reken er ook op dat hier de meeste discussie ontstaat. Plan daar tijd voor in, in plaats van ervan uit te gaan dat het eerste rapport zonder slag of stoot wordt geaccepteerd.
7. Betalen: buiten de EU geen termijnen, en een persoonlijk risico
Een aanslag krijgen is één ding, hem kunnen betalen is iets anders. Hier wordt het land van bestemming ineens heel belangrijk.
Binnen de EU of EER
Verplaats je binnen de EU of de EER, dan mag je de exitheffing in vijf gelijke jaartermijnen voldoen. Die regeling bestaat omdat het Europese recht ertoe dwingt, naar aanleiding van een arrest van het Hof van Justitie van 29 november 2011 in een Nederlandse exitheffingszaak. Directe invordering bij een grensoverschrijdende verplaatsing gaat volgens dat arrest verder dan nodig is. Voor je kaspositie scheelt dat aanzienlijk.
Buiten de EU of EER
Gaat de verplaatsing naar een land buiten de EU en de EER, dan vervalt die mogelijkheid. Bepalend is waar de vennootschap ná de verplaatsing fiscaal is gevestigd, niet welke rechtsvorm zij houdt. Het behouden van de Nederlandse bv-vorm levert je de termijnregeling dus niet op. De exitheffing is dan gewoon binnen de normale betaaltermijn verschuldigd. Uitstel kun je hooguit vragen binnen het algemene, discretionaire kader: de ontvanger beslist erover, er wordt doorgaans voldoende zekerheid verlangd zoals een pandrecht of een bankgarantie, en ondertussen loopt de invorderingsrente door. Een pandrecht op aandelen wordt in onze ervaring lang niet altijd geaccepteerd, zeker niet wanneer de onderliggende activa weinig houvast bieden. Bespreek de vorm van de zekerheid dus in een vroeg stadium.
Daar komt de mogelijkheid van versnelde invordering bij. Een aanslag is direct invorderbaar zodra een belastingplichtige het voornemen heeft zijn vestigingsplaats naar het buitenland te verplaatsen, tenzij aannemelijk is dat verhaal mogelijk blijft. Een vastgelegde betalingsafspraak, of geld dat zichtbaar opzij is gezet, haalt de angel hieruit.
Persoonlijke aansprakelijkheid
Dan het punt dat het vaakst wordt vergeten. De personen die met de verplaatsing zijn belast, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelasting en de dividendbelasting van de vennootschap. Je komt daar alleen onderuit voor zover je bewijst dat het niet aan jou te wijten is dat er niet is betaald. Daarmee wordt een abstracte schuld van de bv ineens een persoonlijk risico voor de bestuurders of oprichters die de verhuizing uitvoeren. Reden te meer om de financiering en de betalingsafspraken rond te hebben vóór de uitvoering, en vooraf vast te leggen wie waarvoor verantwoordelijk is.
Eén punt van timing betaalt zichzelf terug. De belastingrente over de exitheffing gaat pas lopen vanaf een wettelijk moment ruim ná het jaar van verplaatsing, en loopt door tot de aanslag er ligt. Je voorkomt die rente door tijdig om een voorlopige aanslag over de exitwinst te vragen. Bij een heffing van enkele miljoenen scheelt een administratieve handeling van een paar maanden eerder al gauw een fors bedrag.
8. Na de verhuizing: wat Nederland nog van je wil
Omdat de oprichtingsfictie de verhuizing overleeft, blijft je bv binnenlands belastingplichtig. Het verdrag maakt daar geen einde aan, maar knipt wél terug wat Nederland feitelijk mag belasten: alleen nog wat het verdrag aan Nederland toewijst, zoals de winst van een Nederlandse vaste inrichting of inkomsten uit Nederlands vastgoed. Is daarvan geen sprake, dan is de Nederlandse grondslag in de praktijk nihil.
Nihil is niet hetzelfde als niets. De aangifteplicht voor de vennootschapsbelasting blijft bestaan, formeel over de wereldwinst, waarbij je in de aangifte een beroep doet op het verdrag. Dat is niet louter een administratieve last: die aangiften horen bij het bewijs dat de leiding echt in het buitenland zit. Wie ze laat versloffen, verzwakt precies de positie die ze ondersteunen.
Voor de dividendbelasting zit het nog steviger. Een naar Nederlands recht opgerichte vennootschap wordt daar altijd geacht in Nederland te zijn gevestigd, en anders dan bij de vennootschapsbelasting kent die fictie geen uitzonderingen en vervalt zij niet. Je bv blijft dus onbeperkt inhoudingsplichtig. Wat de heffing in de praktijk tegenhoudt, is opnieuw het verdrag. Veel verdragen verbieden een land om dividenden te belasten die worden uitgekeerd door een vennootschap die inwoner is van het andere land. Bevat het verdrag met het nieuwe vestigingsland zo’n bepaling, dan kan Nederland zijn dividendbelasting niet effectueren. Die bescherming kan zelfs doorwerken naar aandeelhouders in een derde land, wat prettig is bij een internationaal gespreide aandeelhoudersgroep. Voorwaarde blijft dat de verplaatsing echte substance heeft, en ook hier ligt de principal purpose test op de loer.
Omdat de vennootschap naar nationaal recht inhoudingsplichtig blijft, is dit bij uitstek een onderwerp om vooraf zekerheid over te vragen bij de Belastingdienst, of op zijn minst goed onderbouwd in het dossier vast te leggen. Dan kun je uitkeren zonder telkens discussie over de inhouding. Neem de btw-positie en de registraties in diezelfde slag mee.
9. De vergeten kant: je eigen conserverende aanslag
Als je één ding uit deze blog onthoudt, laat het dan dit zijn: een zetelverplaatsing raakt niet alleen de vennootschap.
Houd je als natuurlijk persoon een aanmerkelijk belang, kort gezegd vijf procent of meer, dan geldt de verplaatsing van de werkelijke leiding als een fictieve vervreemding van dat belang. Je wordt geacht je aandelen vlak vóór de verhuizing tegen de waarde in het economische verkeer te hebben verkocht, en over de aangroei wordt geheven. Dit geldt óók voor aandeelhouders die zelf niet in Nederland wonen. Wie nooit in Nederland heeft gewoond en vanuit het buitenland aandelen in een Nederlandse bv houdt, valt er gewoon onder. Juist daarom wordt dit zo vaak over het hoofd gezien.
Er wordt niet meteen geïnd. Het voordeel wordt vastgelegd in een conserverende aanslag: een apart opgelegde, bevroren claim op de waarde die vóór de verhuizing is opgebouwd. Voor de betaling krijg je uitstel voor onbepaalde tijd. Binnen de EU en de EER gaat dat automatisch, zonder verzoek en zonder zekerheid. Verhuist de vennootschap naar een land daarbuiten, dan moet je er schriftelijk om vragen en voldoende zekerheid stellen. Let op: dat hangt af van waar de vennootschap naartoe gaat, niet van waar jij zelf woont. Woon je in een EU-lidstaat, dan geldt de eis van verzoek en zekerheid dus alsnog zodra de bv naar een derde land vertrekt.
Twee mechanismen bepalen wat je er economisch van merkt. Je verkrijgingsprijs wordt opgehoogd naar de waarde die voor de aanslag is gebruikt, zodat dezelfde waarde niet twee keer wordt belast en een latere Nederlandse claim alleen nog over de aangroei ná de verhuizing gaat. Laat die opgehoogde verkrijgingsprijs bij beschikking vaststellen, dan ligt de basis vast in plaats van dat er jaren later discussie over ontstaat. De aanslag zelf wordt ingevorderd naarmate je de waarde daadwerkelijk realiseert, dus bij verkoop van de aandelen en bij uitkeringen. Daalt de waarde, of wordt er bij een latere verkoop in het buitenland geheven, dan bestaat er recht op kwijtschelding.
Eén praktisch gevolg verdient nadruk. Deze fictieve vervreemding raakt iedere natuurlijke persoon met vijf procent of meer, dus niet alleen de oprichter. Ook een managementpool, vroege medewerkers en mede-investeerders vallen eronder, en ieder van hen krijgt een eigen aanslag, een eigen uitstelverzoek en eigen termijnen. Kom je daar pas ná de verhuizing achter, dan overval je precies de mensen die je aan boord wilt houden. Breng het dus op tijd in kaart en bespreek het met ze.
10. Zo pak je een zetelverplaatsing aan: een praktische volgorde
Behandel een zetelverplaatsing als een project met een vaste volgorde, niet als één besluit. In onze praktijk werkt de volgende aanpak het best.
Begin bij de huidige situatie en leg vast waar de werkelijke leiding de afgelopen jaren feitelijk lag. Valt dat antwoord ongemakkelijk uit, dan weet je dat liever nu dan achteraf. Reken vervolgens de heffing door op een verdedigbare waardering en kijk hoe gevoelig de uitkomst is voor de timing, zeker wanneer compensabele verliezen op het punt staan te worden verbruikt. Breng tegelijk in beeld wat de verhuizing voor de aandeelhouders betekent, zodat iedereen met vijf procent of meer weet wat eraan komt en wat hij moet indienen.
Daarna wordt het vooral praktisch. Herstructureren van het aandelenbezit gaat schoner vóór de verplaatsing dan erna, wanneer er een conserverende aanslag openstaat. Reserveer het geld voor de exitheffing en maak in een vroeg stadium afspraken met de Belastingdienst over betaling en zekerheid. Bouw de substance in het nieuwe land op vanaf de verplaatsingsdatum en leg dat onderweg vast, in plaats van het achteraf te reconstrueren. Vraag bij substantiële bedragen vooraf zekerheid over de positie na de verhuizing, en zorg hoe dan ook voor een goed onderbouwd standpunt in het dossier.
Een onderneming verplaatsen kan uitstekend, en voor veel ondernemers is het de juiste zakelijke keuze. Maar het is minstens zozeer een afrekening met de fiscus als een verhuizing, en die afrekening loopt door tot in je privésituatie. Op tijd voorbereid is het goed te overzien en te plannen. Te laat opgepakt is het duur en soms niet meer terug te draaien. Denk je erover de leiding van je onderneming naar het buitenland te verplaatsen, of wil je weten hoe een exitheffing in jouw geval uitpakt, dan denken wij graag met je mee, ruim voordat de eerste bestuursvergadering in het buitenland plaatsvindt.