Het Nederlandse testament in 2026: welke bouwstenen heb je tot je beschikking?

Een testament is voor veel mensen iets dat je eens in je leven opstelt en daarna vergeet. Voor ondernemers, vermogende particulieren en families met een internationaal netwerk klopt dat zelden. De fiscale wereld verandert, de gezinssituatie verandert en de onderneming groeit door. Wat tien jaar geleden een sluitend testament leek, kan inmiddels onnodig duur uitpakken of, erger nog, leiden tot ongewenste verdelingen onder de erfgenamen.

In deze blog zetten wij de belangrijkste bouwstenen op een rij die de notaris en de fiscalist tot hun beschikking hebben om een testament op maat samen te stellen. Wij beginnen bij het vertrekpunt, de wettelijke verdeling, en werken vervolgens toe naar steeds specifiekere instrumenten. Het is geen volledig juridisch handboek, maar een overzicht dat je helpt om met een fiscaal-juridisch adviseur of notaris een gerichte vervolgafspraak in te plannen.

Inhoudsopgave

1. De wettelijke verdeling als vertrekpunt

2. Het langstlevende-testament en de quasi-wettelijke verdeling

3. Het vruchtgebruiktestament

4. De tweetrapsmaking

5. Het afvullegaat en de renteclausule

6. Legaten op maat

7. Beschermingsclausules

8. Het levenstestament als aanvulling

9. Het codicil

10. Hoe deze bouwstenen samenwerken

1. De wettelijke verdeling als vertrekpunt

Als je overlijdt zonder testament en je laat een echtgenoot of geregistreerd partner achter met een of meer kinderen, dan treedt automatisch de wettelijke verdeling in werking. Dat is geregeld in artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek. Praktisch gezien betekent dit dat de langstlevende partner alle goederen van de nalatenschap krijgt, en dat de kinderen een geldvordering krijgen op die langstlevende ter grootte van hun erfdeel. Die geldvordering is in beginsel pas opeisbaar bij overlijden van de langstlevende, of als deze failliet wordt verklaard.

Op het eerste gezicht is dat een fijne oplossing. De langstlevende kan onbezorgd verder leven, en de kinderen krijgen later wat hen toekomt. In de praktijk loopt dit echter regelmatig stuk. De rente op de vordering is wettelijk gefixeerd op een rente die afhankelijk is van de wettelijke rente min zes procent, met als minimum nul. Dat lijkt aantrekkelijk omdat zo geen rente oploopt, maar fiscaal is het juist nadelig, want omdat er geen rente oploopt, neemt de waarde van de vordering bij het tweede overlijden niet toe. Daardoor moeten de kinderen bij het tweede overlijden over een groter deel van het ouderlijk vermogen erfbelasting betalen.

Bovendien houdt de wettelijke verdeling weinig rekening met samengestelde gezinnen, ondernemers met een aanmerkelijk belang of vermogen dat over meerdere generaties bewaard moet blijven. Daarom is het in vrijwel elke vermogende situatie zinvol om door een testament af te wijken van de wettelijke verdeling.

2. Het langstlevende-testament en de quasi-wettelijke verdeling

Het langstlevende-testament is de bouwsteen die de meeste mensen kennen. In de basis bevestigt het de wettelijke verdeling, maar met een belangrijke toevoeging. De rente op de geldvordering van de kinderen kan testamentair worden vastgesteld op een fiscaal gunstig niveau, doorgaans zes procent samengesteld. Dat zorgt ervoor dat de vordering van de kinderen op de langstlevende in waarde groeit, zodat bij het tweede overlijden de erfbelasting lager uitvalt. Tegelijk wordt de langstlevende beschermd, want de vordering blijft niet-opeisbaar tijdens haar of zijn leven.

Veel moderne langstlevende-testamenten gaan een stap verder en bevatten een quasi-wettelijke verdeling. Dat is een testamentaire constructie waarbij de wettelijke verdeling juist wordt uitgesloten, en de langstlevende vervolgens via een keuzelast of een afwikkelingsbewind alsnog de bevoegdheid krijgt om de nalatenschap te verdelen zoals bij de wettelijke verdeling. Het voordeel is flexibiliteit. De langstlevende heeft geen drie maanden bedenktijd zoals bij de echte wettelijke verdeling, maar kan rustig kiezen welke rente, welke verdeling en welke fiscale optimalisatie het beste past bij de situatie op dat moment.

In situaties waarin je niet zeker weet hoe het vermogen of de gezinssituatie er bij overlijden uit zal zien, biedt deze constructie het meeste maatwerk.

3. Het vruchtgebruiktestament

Het vruchtgebruiktestament is een fundamenteel andere bouwsteen. In plaats van de langstlevende alles te laten erven, krijgen de kinderen onmiddellijk de bloot eigendom van de nalatenschap, en krijgt de langstlevende het vruchtgebruik. Dat houdt in dat de langstlevende mag blijven gebruiken wat tot de nalatenschap behoort, inclusief de huur- en dividendinkomsten, maar dat het juridische eigendom direct bij de kinderen ligt.

Fiscaal werkt dit op een bijzondere manier. De waarde van het vruchtgebruik wordt bepaald aan de hand van een leeftijdsfactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet 1956, gecombineerd met een fictief jaarlijks rendement van zes procent. Bij een echtgenote van pakweg veertig jaar oud wordt de waarde van haar vruchtgebruik bepaald op ongeveer 84 procent van de waarde van de nalatenschap. De resterende 16 procent is dan de waarde van de bloot eigendom die de kinderen meteen verkrijgen. Naarmate de langstlevende ouder is, daalt het percentage van het vruchtgebruik en stijgt dat van de bloot eigendom navenant.

Op het moment van overlijden van de langstlevende vervalt het vruchtgebruik en wast de bloot eigendom van de kinderen onbelast aan tot vol eigendom. Daar zit de fiscale kracht van deze vorm. De kinderen betalen alleen erfbelasting over de aanvankelijke bloot eigendom, en niet nog een keer over de waarde van het vruchtgebruik bij het tweede overlijden.

In de eerste jaren na het eerste overlijden valt deze vorm fiscaal duurder uit dan de wettelijke verdeling, omdat de kinderen direct erfbelasting moeten betalen over hun deel. Naarmate de tijd verstrijkt en het vermogen groeit, kantelt de fiscale balans. Onze ervaring is dat een vruchtgebruiktestament vanaf ongeveer 25 jaar tijdshorizon fiscaal voordeliger uitvalt dan de meeste alternatieven, mits het vermogen blijft groeien.

Wij combineren deze vorm in de praktijk vaak met een gedifferentieerde hertrouwclausule, waar wij verderop op terugkomen.

4. De tweetrapsmaking

De tweetrapsmaking is een bouwsteen voor situaties waarin een specifiek goed eerst bij een persoon moet landen en bij diens overlijden moet doorvloeien naar andere personen. Civielrechtelijk is dat geregeld in artikel 4:141 van het Burgerlijk Wetboek. In het testament wijs je een bezwaarde aan, die het goed eerst verkrijgt, en daarnaast een of meer verwachters die het goed pas verkrijgen op het moment dat de bezwaarde overlijdt.

Een klassiek voorbeeld is de boerderij of de familievilla die je eerst aan een kind wilt nalaten, maar die bij diens overlijden zonder nakomelingen weer terug moet vallen aan de overige kinderen. De bezwaarde mag het goed in beginsel niet vervreemden, en de verwachters hebben een afdwingbaar recht. Om dit nog steviger te verankeren wordt vaak een aanvullend bewind opgenomen, zodat ook tegen ongewenste beinvloeding van buiten wordt beschermd.

Fiscaal is de tweetrapsmaking minder gunstig dan een vruchtgebruiktestament voor het hele vermogen, omdat de erfbelasting in beginsel twee keer wordt geheven. Eerst bij de bezwaarde over de volle waarde van het goed, daarna bij de verwachters opnieuw over de volle waarde, omdat zij rechtstreeks van de oorspronkelijke erflater erven en niet van de bezwaarde. Daarom zet je een tweetrap doorgaans in voor een specifiek goed, niet voor het hele vermogen.

Een arrest van de Hoge Raad uit 2026 heeft het waardedrukkende effect van tweetrapsvoorwaarden bij de imputatie op de legitieme portie nader genuanceerd. Dat betekent dat in bepaalde situaties de waarde voor de legitieme niet gelijk is aan de fiscale vruchtgebruikwaardering. Voor wie tweetrapsmakingen overweegt in combinatie met onterving van een kind, is dat een aandachtspunt voor de notariele uitwerking.

5. Het afvullegaat en de renteclausule

Het afvullegaat, ook wel opvullegaat genoemd, is een fiscale optimalisatietechniek die ervoor zorgt dat de kindervrijstelling van EUR 26.230 voor 2026 bij het eerste overlijden volledig wordt benut. In de standaard wettelijke verdeling krijgen kinderen alleen een geldvordering op de langstlevende. Die vordering wordt in mindering gebracht op het vermogen van de langstlevende, en daarover hoeft geen erfbelasting te worden betaald. Maar als de waarde van de vordering ver onder de kindervrijstelling blijft, gaat een deel van de vrijstelling verloren.

Met een afvullegaat kan de waarde van de verkrijging van het kind worden opgehoogd tot precies het bedrag dat onbelast kan worden ontvangen. Bij twee kinderen levert dat in 2026 een directe onbelaste verschuiving op van ongeveer EUR 52.460 vermogen van de langstlevende naar de kinderen, en bij het tweede overlijden valt dit bedrag buiten de heffing. Dat klinkt bescheiden, maar gerekend over meerdere kinderen en een grote nalatenschap is het effect aanzienlijk.

Wij benadrukken dat het afvullegaat zijn natuurlijke plaats heeft in een testament met wettelijke verdeling of in een keuzetestament. Bij een puur vruchtgebruiktestament past het minder vanzelfsprekend, omdat kinderen daar al een aanzienlijke bloot eigendom verkrijgen. In dat geval kun je het afvullegaat optioneel maken via een keuzelegaat. De langstlevende mag dan kiezen tussen vruchtgebruik over het hele vermogen of vol eigendom met daarnaast het afvullegaat aan de kinderen. Die flexibiliteit is in de praktijk waardevol, omdat de optimale variant pas duidelijk wordt op het moment van overlijden zelf.

De renteclausule loopt hier vaak parallel mee. Door een testamentaire rente op de niet-opeisbare vordering van de kinderen vast te leggen, doorgaans zes procent samengesteld, groeit de vordering en wordt de erfbelasting bij het tweede overlijden lager.

6. Legaten op maat

Een legaat is een testamentaire toezegging van een bepaald goed, bedrag of recht aan een specifieke persoon. Anders dan een erfgenaam, die meedeelt in alle activa en passiva van de nalatenschap, krijgt een legataris alleen wat in het legaat is omschreven. Er bestaan verschillende vormen die in de praktijk veel worden gecombineerd.

Het zaaklegaat

Het zaaklegaat is een toezegging van een concreet goed, bijvoorbeeld de aandelen in een werkmaatschappij, een woning of een specifiek schilderij. Bij vererving van aandelen aan een natuurlijk persoon werkt deze vorm fiscaal vaak gunstiger dan een geldlegaat onder last, omdat de overdrachtsbelasting bij verkrijging krachtens erfrecht door een natuurlijk persoon op grond van artikel 3 lid 1 onderdeel a van de Wet op belastingen van rechtsverkeer naar verwachting op nul uitkomt. Bij een gedwongen koop door een BV is daarentegen gewoon overdrachtsbelasting verschuldigd.

Het geldlegaat

Het geldlegaat is een toezegging van een vast geldbedrag. Het geldlegaat onder last is een variant waarbij de legataris het geld krijgt onder de verplichting om daarmee een bepaald goed te kopen, bijvoorbeeld aandelen in de familievennootschap. Deze variant is sinds een Hoge Raad-arrest van april 2026 minder aantrekkelijk geworden bij vastgoed-BV’s, omdat de daaropvolgende koop civielrechtelijk niet onder de vrijstelling vererving valt.

Het keuzelegaat

Het keuzelegaat geeft een persoon, vaak de langstlevende of een executeur, de bevoegdheid om uit een vooraf bepaalde groep goederen of erfgenamen te kiezen. Dit is een uitstekend instrument voor flexibiliteit, omdat de optimale keuze pas duidelijk wordt op het moment van overlijden zelf.

Het saldolegaat

Het saldolegaat is een toezegging van een percentage van het netto-saldo van de nalatenschap. Het werkt feitelijk als een erfstelling, maar zonder dat de legataris meedraait in de boedelafwikkeling. Voor situaties waarin je een groot aantal personen voor verschillende percentages wilt laten meedelen, is dit een veelgebruikte vorm.

Het zorgverplichtingslegaat

Het zorgverplichtingslegaat is een toezegging van een periodieke uitkering, doorgaans maandelijks, ten gunste van een persoon die financieel of in zorg ondersteuning nodig heeft. Vaak ingezet voor een ouder, een gehandicapt kind of een naaste die niet zelfstandig in zijn levensonderhoud kan voorzien.

Het ik-opa-testament

Het ik-opa-testament is een variant waarbij grootouders direct een legaat opnemen ten gunste van hun kleinkinderen, vaak in combinatie met een afvullegaat tot de kleinkindvrijstelling. Daarmee voorkom je dat het vermogen eerst in de generatie van de kinderen erfbelasting oploopt en daarna bij vererving aan de kleinkinderen nog een keer.

7. Beschermingsclausules

Naast de hierboven besproken hoofdvormen is er een aantal clausules dat in vrijwel elk modern testament wordt opgenomen om de wensen van de erflater te beschermen.

De bewindsregeling

De bewindsregeling zorgt ervoor dat de erfgenaam niet zelfstandig over zijn verkrijging kan beschikken. De bewindvoerder beheert het vermogen totdat een bepaalde leeftijd is bereikt, vaak 25 jaar. Voor kinderen die jong zijn op het moment van overlijden voorkomt dat dat zij of derden onbedoeld over substantiele bedragen kunnen beschikken. Bewind kan ook levenslang worden ingesteld, bijvoorbeeld bij een kind met een verstandelijke beperking.

Plaatsvervulling

De plaatsvervulling regelt wat er gebeurt als een aangewezen erfgenaam vooroverlijdt of zijn erfdeel verwerpt. Op grond van artikel 4:11 van het Burgerlijk Wetboek treden dan de afstammelingen van die erfgenaam in zijn plaats. Wij raden aan deze regel ook expliciet op te nemen bij legaten, omdat het wettelijk niet automatisch werkt voor legatarissen.

De executeursbenoeming

De executeursbenoeming legt de afwikkeling van de nalatenschap in handen van een vertrouwd persoon. Voor ondernemers en families met complex vermogen is het van groot belang om een executeur aan te wijzen die het overzicht heeft en die in staat is om snel en weloverwogen beslissingen te nemen. In sommige situaties wijzen wij een zakelijke partner of de eigen adviseur aan.

De hertrouwclausule

De hertrouwclausule regelt wat er gebeurt met het vruchtgebruik van de langstlevende als deze hertrouwt. In de gedifferentieerde variant vervalt het vruchtgebruik op het zakelijk vermogen bij hertrouwen, en blijft het vruchtgebruik op de gezamenlijke woning in stand. Daarmee voorkom je dat een nieuwe partner ongewenst kan meedelen in het familievermogen, terwijl je tegelijk de woonzekerheid van de langstlevende garandeert.

De WLZ-clausule

De WLZ-clausule, ook wel zorgkostenclausule genoemd, zorgt ervoor dat als de langstlevende in een verpleeghuis terechtkomt, de geldvordering van de kinderen op de langstlevende opeisbaar wordt. Daarmee voorkom je dat het ouderlijk vermogen wordt opgemaakt aan de eigen bijdrage voor de langdurige zorg, die in 2026 kan oplopen tot ongeveer EUR 3.062 per maand.

8. Het levenstestament als aanvulling

Een levenstestament is, anders dan de naam suggereert, geen testament in de juridische zin van het woord. Het is een notariele volmacht die regelt wat er gebeurt als jij nog leeft, maar zelf niet meer in staat bent om beslissingen te nemen. Het regelt twee onderwerpen, financiele beslissingen en medische beslissingen.

Aan de financiele kant kun je een gevolmachtigde aanwijzen die jouw zaken kan regelen, bijvoorbeeld jouw onderneming kan blijven besturen of betalingen kan doen. Aan de medische kant leg je vast wat jouw wensen zijn rond ingrijpende behandelingen en, indien gewenst, rond euthanasie. Dat laatste is ook van belang in situaties waarin dementie optreedt en jij later niet meer in staat bent om jouw wensen kenbaar te maken.

Wij adviseren clienten doorgaans om het levenstestament gelijktijdig op te stellen met het herziene testament. Voor ondernemers is het levenstestament minstens zo belangrijk als het testament zelf, omdat de continuiteit van de onderneming bij arbeidsongeschiktheid of langdurige ziekte er rechtstreeks van afhangt.

9. Het codicil

Voor een aantal goederen is een notariele akte niet vereist en kun je volstaan met een handgeschreven en gedateerd document, het codicil. Op grond van artikel 4:97 van het Burgerlijk Wetboek kun je daarin specifieke kledingstukken, sieraden en inboedel toebedelen aan met name genoemde personen. Het codicil is geen vervanging voor een testament, maar een handig aanvullend instrument om persoonlijke voorwerpen met emotionele waarde gericht na te laten, zonder dat daarvoor een aparte notariele akte hoeft te worden gepasseerd.

10. Hoe deze bouwstenen samenwerken

Een goed testament is zelden een keuze tussen een van de bovenstaande vormen, maar een combinatie ervan. Het vruchtgebruiktestament kan worden gecombineerd met een gedifferentieerde hertrouwclausule, een tweetrapsmaking voor specifieke goederen, een bewindsregeling tot een bepaalde leeftijd en een executeursbenoeming. Daarnaast kan een levenstestament gelijktijdig worden opgesteld om voorzieningen te treffen voor de periode waarin jij zelf nog leeft maar mogelijk niet meer in staat bent om beslissingen te nemen.

De waarde van een testament op maat zit in de samenhang. Welke bouwstenen het beste passen, hangt af van de gezinssituatie, de samenstelling van het vermogen, eventuele ondernemingsbelangen en de wensen rond opvolging. Voor de een staat fiscale optimalisatie voorop, voor de ander de bescherming van een specifiek goed of een specifieke persoon. In vrijwel alle gevallen is het advies hetzelfde: kijk niet alleen naar het moment van overlijden, maar naar de horizon van twintig tot dertig jaar daarna, en bouw flexibiliteit in voor situaties die je nu nog niet kunt voorzien.

Het resultaat is een document dat over decennia toekomstbestendig is, dat de fiscale druk minimaliseert, dat de wensen van de erflater verankert en dat de erfgenamen beschermt tegen ongewenste beinvloeding.

Wil je voor jouw situatie verkennen welke combinatie van bouwstenen het beste past, neem dan gerust contact op met ons team. Wij werken in elke situatie nauw samen met een specialistische familierechtnotaris, en stemmen de fiscale en juridische uitwerking volledig op elkaar af.

Neem contact op met onze specialisten

Kerim Besic

Kerim Besic

Partner

CONTACT KERIM

Dzunejt Cengic

Dzunejt Cengic

Partner

CONTACT DZUNEJT